BM en het sociaal leenstelsel

Brusselse Methode
en het sociaal leenstelsel?

Van de week is staatssecretaris Bussemaker op “massieve weerstand” gestuit toen zij het sociaal leenstelsel in de Tweede Kamer had te verdedigen. In de kern komt het er op neer dat studenten aan een lening moeten om daarmee budget vrij te spelen voor onderwijsvernieuwing. Jet werd teruggestuurd naar de tekentafel, maar …….“We hebben nu meer zekerheid dan voor het debat en kunnen we met een voorstel komen waar men zich in kan vinden”. Maar is dat niet een beetje jammer van al de inspanningen?

Wat lag er nu voor?
De vervanging van het hybride stelsel van basisbeurs, aangevuld met leningen door het sociaal leenstelsel waarin geen basisbeurs meer zit. Wie heeft die naam eigenlijk verzonnen?

De principiële toetssteen is hier de toegankelijkheid van het onderwijs: onderwijs voor rijk en arm. En daar schort het kennelijk aan. Het voorstel heeft het risico van ontmoediging in zich voor bijvoorbeeld toekomstige verplegers en onderwijzeressen. Want die hebben na hun studie een fors deel van hun inkomen te reserveren voor de terugbetaling.

Nou, het voorstel haalde het niet, maar het resultaat was bemoedigend: “we weten nu meer dan voor het debat”.

Waar zit de angel?
Het probleem is geld. Geld is nogal schaars op het moment en er is blijkbaar veel van nodig voor onderwijsvernieuwing. Aangenomen dat dat inderdaad zo is, dient zich de vraag aan met welke opdracht de staatssecretaris op pad is gegaan. “Zoek geld voor onderwijsvernieuwing door het te verdienen in de toegankelijkheid van hoger en universitair onderwijs”? Of: “Moderniseer de toegang tot het onderwijs, want er is een maatschappelijk probleem nu alleen de rijken naar het hoger onderwijs dreigen te gaan?”

Het verschil zit in de drijfveer: financieel of maatschappelijk gedreven? Het debat was financieel gedreven en dat duidt er op dat de opdracht voor de staatssecretaris de eerstgenoemde was en is. Hoe dan ook: de opdracht waarmee zij op pad is gestuurd lijkt niet duidelijk. Dus is het verloop van het debat alleen daarin al te verklaren. Met een ontmoedigend resultaat want de staatssecretaris moet terugkeren met een voorstel dat wel op een meerderheid kan rekenen in de Eerste Kamer. Welke garantie heeft zij nu dat dat voorstel het wel gaat halen?

Ons idee van de angel: de politieke piketpalen waren vooraf onvoldoende duidelijk. Geen fractie voelde zich ingeperkt door de kaders die men vooraf had gesteld. Die waren er namelijk niet. En niemand had zich af gevraagd hoe men er “buiten” (Den Haag) over denkt.

Hoe zou het ook kunnen?
In ieder geval door een heldere opdracht mee te geven. Wat dacht u van deze: “Moderniseer de toegang tot het onderwijs en verdien er bedrag X structureel mee met ingang van 1 januari 2015”. Deze opdracht is helder en leidt tot urgentie, want aan tijd gebonden met financiële druk.

En het enige wat de staatssecretaris had hoeven doen is alle partijen die belang hebben bij toegang tot het hoger onderwijs, studenten en hun ouders, de geldverstrekkers, de onderwijsinstellingen, de vakbonden voor studenten en leerkrachten, de leerkrachten zelf, uitnodigen om met elkaar in gesprek te gaan. En met voorstellen te komen die passen binnen de opdracht en de gestelde piketpalen. En dan rustig afwachten want het is niet het probleem van de staatssecretaris. Zij ligt er straks niet letterlijk wakker van als het nieuwe stelsel er is. Dat zijn de studenten die aan de lening moeten en de pas afgestudeerden (nog zo’n stakeholder) die hun lening terug moeten betalen. Zij zijn de eigenaar van het probleem en dus het best gemotiveerd om het tot een oplossing te brengen. Oh ja, en mevrouw Bussemaker had vooraf bij de opdrachtverstrekking moeten regelen dat als zij terugkwam met een voorstel binnen de geslagen piketpalen, de Tweede Kamer het als hamerstuk zou behandelen.
Share by: