De Peuterstaatsschool

De
Peuterspeelstaatsschool

“Alle peuters naar de staatsschool?”

Voorpaginanieuws in de Volkskrant van 14 februari 2014: gemeenten vinden dat peuters samen moeten kunnen opgroeien. Want dat is goed voor hun taalontwikkeling. En dat organiseer je door ze naar de Peuterschool te sturen.

“De gemeenten helpen ons zo om zeep” zeggen ze in de kinderopvang. En gelijk hebben ze, om twee redenen. De overheid heeft decennia lang geïnvesteerd in kinderopvang en ondernemers uitgedaagd om met mooie, veilige en nieuwe voorzieningen te komen. En gedicteerd dat kinderdagverblijven er alleen waren voor de opvang en vooral niet voor een didactische taak. Dit laatste met dank aan het monopolie van de welzijnspeuterspeelzaal, die die didactische taak wel had.

En nu is er diezelfde overheid die naar waarborgen zoekt dat peuters bij elkaar opgroeien omdat dat hun taalvaardigheid ten goede komt. Als het niet zo ernstig was, zou het grappig zijn.

De basisschooldirecteur ziet een praktisch probleem en vraagt eerst om stenen te stapelen, voordat de onderwijsrevolutie ingezet wordt. “Het was een keurig verlopen revolutie, want we hadden een blauwdrukje”. En bovendien, wat nou revolutie? Alsof de VNG iets briljants heeft verzonnen. In Frankrijk ga je al sinds mensenheugenis vanaf tweeënhalf jaar naar school. En dan ook nog eens heel lang: zo’n acht uur per dag.

Is dit antwoord wel passend bij het vraagstuk? Zou het zo kunnen zijn dat “alle peuters naar school” leidt tot witte en zwarte scholen; maar nu niet vanaf vier jaar, maar vanaf tweeënhalf jaar? Omdat ouders nou eenmaal ‘het beste’ voor hun kind willen.

Conclusie: er zijn kinderen met een taalachterstand, de huidige peuterspeelzaalstructuur lost dit probleem niet op en dus zijn ze in Den Haag aan het hollen en sjorren gegaan.

Wat nou als …………..

De VNG en de PO raad eerst alle belanghebbenden aan tafel hadden gevraagd? Als zij Samen Slim met de stakeholders waren geweest? De vraag hadden gesteld “Wiens probleem is dit nou eigenlijk?” En heeft diegene dan ook niet – van nature – het meeste zicht op een passende oplossing.

Dan had het zomaar kunnen zijn dat ouders, leraren, peuterspeelzaalleidsters en leid(st)ers van kinderdagverblijven samen tot de conclusie waren gekomen dat het net zo werkzaam zou zijn om peuterspeelzaalwerk en kinderdagverblijven samen te smeden en een stuk taalonderwijs naar binnen te halen. Misschien wel wijkgericht? Misschien ook niet? Grote kans in elk geval dat elke ouder blij zou zijn: vast plek van 0 tot 4, taalonderwijs voor kids die dat extra nodig hebben en extra taalonderwijs voor diegenen die al taalvaardig zijn.
Share by: