|
De beschrijving van een situatie, een complex van omstandigheden waaruit borderline kan ontstaan.
leven is balanceren op de scheiding tussen orde en chaos en dan zijn grote voeten en een licht hoofd van groot belang.
2. borderline
Laten we eerst even kijken wat, volgens de mensen die het weten kunnen, borderline eigenlijk is. Volgens de website moeilijkemensen.nl, zijn de diagnostische criteria voor de borderline persoonlijkheidsstoornis (BPD) :
- Pogingen om uit alle macht te voorkomen dat hij/zij in de steek gelaten wordt (of hier nu feitelijk aanleiding voor bestaat is niet belangrijk; het kan ook zijn dat de verlating slechts in de verbeelding van de patiënt dreigt). - Onevenwichtige en intense relaties waarin de ander nu eens geïdealiseerd en dan weer als waardeloos beschouwd wordt. - Een identiteitsstoornis, waarbij het beeld dat de patiënt van zichzelf heeft en de manier waarop hij over zichzelf oordeelt opvallend gestoord, vervormd of onevenwichtig is. - Een tekort aan zelfbeheersing waardoor de patiënt zichzelf schade berokkent (dit tekort moet zich op ten minste twee gebieden manifesteren; voorbeelden: geld verkwisten, risico’s nemen met seks, drugsmisbruik, roekeloos autorijden, vreetbuien). - Terugkerend suïcidaal gedrag, terugkerende suïcidale gestes en dreigen met zelfdoding, automutilatie. - Een onevenwichtige stemming, die toegeschreven kan worden aan de neiging te emotioneel reageren (bijv. perioden van diepe ontstemming, geïrriteerdheid of angst, die meestal een paar uur en zelden langer dan een paar dagen duren). - Zich chronisch ‘leeg’ voelen. - Misplaatste, hevige woede of het onvermogen gevoelens van boosheid te beheersen (bijvoorbeeld regelmatig terugkerende driftbuien, constante woede, vechtpartijen). - Voorbijgaande, met stress samenhangende vorming van waanachtige ideeën of ernstige dissociatieve symptomen.
En dan nu de situatie, zoals die door de moeder is verteld:
In een niet-europees land werd een tienermeisje verkracht door haar baas en raakt zwanger. In haar sociale omgeving was abortus een absoluut taboe. Het kind werd dus geboren en was een meisje. De 'baas' wilde alles doen om het kind een goede toekomst te geven maar de moeder weigerde de rol van dankbare ondergeschikte te vervullen en het kind werd vervolgens door iedereen behalve haar eigen moeder, opgevoed.
Dat kind wordt later een mooie meid maar heel erg onzeker en ook zij raakte als tiener zwanger. Hoewel ze liever vrij blijft, durft ook zíj niet te aborteren vanwege het nog steeds bestaande taboe maar wordt 'ziek' en slikt veel medicijnen, onbewust hopend op een miskraam. Als desondanks het kind wél geboren wordt, ontstaat daarmee óok een schuldgevoel bij de moeder, want misschien houdt dat kind er wel iets aan over. Het blijkt echter een gezond jongetje. Ze vliegt om de haverklap de deur uit om geld te verdienen en laat het kind grotendeels door anderen opvoeden. De relatie met de vader van haar kind wordt steeds slechter en wordt door haar zelfs verbroken als de jongen 21/2 jaar oud is. Zij blijft wel financiëel voor hem zorgen maar ziet hem nog maar met tussenpozen van een half jaar.
Met twee ruzieënde ouders, een moeder die je steeds in de steek laat en een vader die je slaat en soms opsluit krijgt dit kind dus in z'n eerste levensjaren zeer tegenstrijdige instructies mee, aantrekken - afstoten, voor je eigen veiligheid moet je iedereen wantrouwen die aardig voor je is want het kan zomaar ineens omdraaien en gevaarlijk worden. Na een aantal jaren, de jongen is inmiddels in Nederland, wordt het conflict duidelijk zichtbaar doordat het kind het ene moment heel vrolijk is en het andere moment roept "ik wil dood". Relaties aanknopen levert steeds opnieuw problemen op. Zo zegt hij op 9-jarige leeftijd over de kinderen in zijn schoolklas : "ze weten niet hoe ze met mij moeten spelen". Elke toekomstige verandering in de omgevingssituatie kan een aanleiding zijn voor onbewuste hoop en euforie maar op het moment dat de verandering werkelijkheid is kan dit omslaan in teleurstelling, woede, depressie. Die pijnlijke ervaringen maken ook dat het kind zijn omgeving en alles wat daarin plaatsvindt wil bepalen of op z'n minst wil controleren om deze pijnlijke teleurstellingen te voorkomen.
Nu is elk gedrag altijd gebaseerd op het functioneren in een netwerk met anderen en teleurstelling is het gevolg van bepaald gedrag wat als een legpuzzelstukje past in het legpuzzelstukje gedrag van iemand anders. In dit geval bestaat dit complementaire gedrag dan uit, het geloven in sprookjes door het kind, evenals zijn moeder dat doet en veel beloven (direct of indirect) maar weinig waarmaken door de ander. Het gedrag van de één vráágt a.h.w. om mooie beloften en die worden dan ook door de ander gegeven, het gedrag van die ander vraagt weer om woede en die volgt dan ook als de beloften niet worden waargemaakt. Bij beiden wordt het gedrag dus bevestigd en versterkt elke keer als een soortgelijke situatie zich voordoet. Elke keer dus oorlog. Maar in plaats van ruzies die steeds harder worden, kan het echter ook uitmonden in huilen. Dit zal zeker bij een kind eerder het geval zijn.
Nu is over huilen niet echt veel onderzocht en geschreven. De meest aannemelijke theorie is nog die van Henk Algra die, kortgezegd, huilen verbindt met stress.
Huilen doet zich voor als iemand gekonfronteerd wordt met een situatie waarin blijkt dat het toegepaste gedrag niet het bedoelde of verwachte resultaat heeft. Zoals bijvoorbeeld hierboven bij teleurstelling of als een naaste, waarmee een nauwe band bestond (dit betekent altijd een mate van afhankelijkheid), overlijdt of als iemand met een probleempje in een ambtelijke molen terechtkomt en machteloos is. Het maakt niet uit wat voor soort probleem het is, als degene die huilt kan zeggen :"ik heb niet geleerd hoe ik daar goed mee om kan gaan" dan betekent dat, dat hij/zij het tot dan toe gebruikte gedrag moet veranderen en het is die noodzaak tot verandering die ons laat huilen. Het bestaande patroon moet worden losgelaten en vervangen door een ander, nog onbekend patroon en onbekend maakt onbemind, onbekend is eng, maakt je angstig, "wat staat mij te wachten ?".
Huilen wekt vaak medeleven op bij anderen en dat is ook, onbewust, de bedoeling. Degene die hulp biedt, troost degeen die huilt en er ontstaat een band van vertrouwen. Daarna kan het twee kanten op, óf de helper vindt het gedrag van degeen die huilt goed, huillt a.h.w. mee en bevestigt dat de andere partij in het conflict fout is. Dat betekent dan, lekker uithuilen en op de oude voet doorgaan. Óf hij/zij helpt écht door andere gedragspatronen voor te stellen. Maar het kan heel goed zijn dat de helper, die schijnbaar het beste met je voor heeft, misbruik maakt van de situatie waarin je helemaal open staat en je een gedragspad laat kiezen waar hij/zij eigen voordeel aan kan hebben. Mannen hebben bijvoorbeeld soms de gewoonte om vrouwen die net een scheiding van een vriend achter de rug hebben te troosten en meteen een alternatief (zichzelf dus) aan te bieden, waarop het hele circus van voren af aan begint, opnieuw een afhankelijkheidsrelatie. Het blijft dus oppassen met dat andere gedragspatroon, zelfs bij professionele hulpverleners. Het beste is nog om, met hulp van een sexgenoot, zélf de alternatieven op een rijtje te zetten en daaruit zélf je keuze te maken. Het kan best zijn dat je een keuze maakt waaruit later toch weer andere problemen ontstaan maar dan ben je in ieder geval weer een stap verder en je hebt geleerd dat je gedrag kunt veranderen.
Terug naar het kind. De neiging van sommige ouders/verzorgers om bij vervelend, irriterend gedrag, een klap uit te delen is misschien zo gek nog niet. Het heeft een schrikeffect en veroorzaakt een flinke huilbui, die de weg vrij maakt voor wijziging van het tot dan toe gebruikte gedragspatroon in de onderhavige situatie. Het lijkt op de klap die de oude Zen-leermeesters gaven om een leerling een Satori te bezorgen. Vergeet echter niet om na die klap, het kind meteen te troosten en te laten weten dat je van het houdt maar het gedrag niet wil, anders is de kans groot dat het oude gedrag verergert. Het vervolgens aanleren van een nieuw gedragspatroon is echter niet eenvoudig. Naarmate het oude patroon dieper geworteld, het kind ouder is, wordt het moeilijker dit te vervangen en zal het alleen met kleine stapjes tegelijk kunnen en veel oefenen. Elke keer als het oude ongewenste gedrag zich voordoet, het kind daarop wijzen en het nieuwe gedrag laten herhalen.
Ook het kind uit bovenstaand verhaal is door zijn instabiliteit manipuleerbaar en uiterst kwetsbaar en een ideaal slachtoffer en dat wordt het dan ook vaak. Het is gewend aan het patroon van de belofte dat het geaccepteerd zal worden om vervolgens teleurgesteld en soms zelfs gepest en gestraft (dus afgewezen) te worden. Als die teleurstelling uitblijft, zal dat kind al het mogelijke doen om te zorgen dat het wél teleurgesteld wordt, het gaat zeuren of uitdagen, kortom het wordt vervelend, net zo lang tot de verzorger woedend wordt. Het vraagt om negatieve aandacht.
Wanneer zulk gedrag niet goed wordt gecorrigeerd, is de kans groot dat de geschiedenis waarmee dit artikel begon, zich bij het kind zal herhalen en dat dan zowel het genetisch bepaalde gedrag als de latere ontwikkeling ervan versterkt én versneld aan de volgende generaties worden doorgegeven.
lees verder (3 grensconflicten)
overzicht artikelen
HOME |