Volutie  
bread crumbs    

Home
Artikelen
bronnen en links
Contact

9. van heilige geest tot re(ge)ligie en terug PDF  | Afdrukken |
Geschreven door Nelli Kirdneh   
zaterdag 15 augustus 2009 12:38

Het ontstaan, de ontwikkeling en de ordenende rol van religies in de samenleving en hun belang voor de evolutie.

godsdienst is een omgekeerde droom

van heilige geest tot re(ge)ligie en terug

Ook het ontstaan en de ontwikkeling van religies loopt parallel aan de volutie zoals die in artikel 4 en 6 beschreven is.
Uitgaande van die ontwikkeling, is de organisatie van de kleine samenlevingsgroepen nog erg basaal tot ongeveer 30.000 v.C.
Dan komt de evolutie op een cruciaal punt. De
opbouw van intelligentie (zie artikel 4) bij de prehistorische mens komt bijna geheel overeen met de ontwikkeling van het kind volgens de circuittheorie van Piaget en Vervaert (links hfdst.4). In de 2e linklaag, komt bij de prehistorische mens, taal tot stand als hulpmiddel voor de opbouw van intelligentie. Bij het kind vindt dit plaats tussen 18 en 22 mndn., dezelfde periode waarin een kind zichzelf begint te herkennen in een spiegel. Even later zal een kind het woord 'ik' gaan gebruiken i.p.v. de eigen naam. In de circuittheorie van Piaget en Vervaert heet dit de psychologische geboorte van het kind, tussen 31-36 maanden na de geboorte.

Wanneer bij de prehistorische mens de religie z'n intrede doet is zijn taalontwikkeling zover dat deze vergelijkbaar is met die psychologische geboorte. Tegelijk daarmee beginnen de directe contactmogelijkheden, het zesde zintuig waarover het in artikel 6 ging, langzaamaan te verdwijnen en wordt die directe communicatie steeds meer vervangen door taal.
Wanneer we dit in de menselijke (e)volutie plaatsen tussen 28000 v.C en 13000 v.C., dan is het goed denkbaar dat veel mensen toen nog via dit zesde zintuig rechtstreeks en onbelemmerd toegang hadden tot de nuldimensionale informatie die ten grondslag ligt aan leven (de automatische piloot uit artikel 6). Ook is dan denkbaar dat op die overgangsperiode in de (e)volutie de allereerste religies ontstonden die uitgingen van die kennis, waarbij kennis is op te vatten als een onbewust alweten, een intuïtie.

In Popol Vuh, het heilige boek van de Maya´s staat (in de vertaling) letterlijk :´Alle dingen die ver weg en verborgen waren zagen zij, zonder zich te bewegen. Onmiddellijk zagen zij de hele aarde, en zij zagen die vanaf de plaats waar zij stonden.´

Alles wat bestaat is groots en machtig en kan niet anders dan bestuurd worden door een soort superintelligentie, waar 'de mens' zich alleen maar aan kan overgeven. Of zoals de conclusie luidt van Berlitz in zijn boek Atlantis: 'een eigenaardige trek van kennis uit de oudheid is, dat hoe verder ze teruggaat in de tijd, hoe meer veelomvattend ze lijkt te zijn.' Óf zoals T.S.Eliot zich afvroeg:'waar is de kennis die verloren is gegaan in informatie? Waar is de wijsheid die verloren is gegaan in kennis?'.Dit alles zou betekenen dat zowel de evolutionisten als degenen die geloven dat een god de oorsprong van leven is, beide gelijk hebben.

De Cro-Magnonmens had zich zover ontwikkeld, dat hij zich steeds meer bewust werd van zijn eigen leven. Er ontstond letterlijk bewust zijn, overeenkomend met de fase waarin het kind 'ik' gaat zeggen. Naarmate de evolutie van de menselijke hersenen voortschreed, werd overal op aarde waar mensen samenleefden, de directe toegang tot het alweten meer en meer geblokkeerd (art.6). In Popol Vuh staat hierover: 'het hart van de hemel wierp een sluier over hun ogen.' En 'zij konden nog slechts zien wat dichtbij was, alleen wat duidelijk was. Zo werden de wijsheid en alle kennis van de vier mensen van de oorsprong en het begin vernietigd.' De mens moest noodzakelijkerwijs steeds meer de regie nemen over z'n eigen leven. Naarmate de 'automatische piloot' van de opgroeiende mens het op steeds jongere leeftijd liet afweten en de mens werd geconfronteerd met het tekortschieten van het eigen brein, ontstond de behoefte aan een manier om dat alweten terug te krijgen. Het kreeg ook een naam en daarmee was de oerreligie geboren. In eerste instantie werd die vooral gevormd door groepsrituelen die een vorm van trance teweegbrachten waardoor de activiteit van het nieuwe brein tijdelijk werd losgekoppeld van het oude brein (m.n. de beide amygdala) waarna het zesde zintuig (de 'automatische piloot') als vanouds de leiding nam. Later werden voor dit doel ook middelen gebruikt, Popol Vuh noemt in dit verband de negen dranken, gefermenteerd en gedistilleerd uit maïs.

Meer regie werd noodzakelijk doordat samenlevingsverbanden groter werden en daarmee werden ook de onderlinge afhankelijkheden groter. Mensen gingen zich steeds meer specialiseren en daarmee ontstond de mogelijkheid om zich voor die samenleving min of meer onmisbaar te maken. Het wordt een samenleving waarin je hoger op kunt komen. Je kunt daarmee het bestaan min of meer zeker stellen en dat was nodig want na het bewust zijn, werd die mens zich ook bewust van de dood. Die overgang van de dood als normaal verschijnsel naar de dood als beangstigend, is in vele heilige overleveringen terug te vinden. Dit zal een lang durend proces zijn geweest waarin zich allerlei tussenvormen hebben voorgedaan zoals het offeren van mensen, het kannibalisme zoals dat nog door de Papoea's werd bedreven, het samen met koningen meebegraven van hun dienstbaren en tenslotte de stammenoorlogen zoals die zelfs nog in onze tijd voorkomen.
Al deze vormen waren opgenomen in de ongeschreven regels van de oerreligies en zorgden voor een balans tussen bevolkingsgrootte en leefgebied.

Die bewustwording van de dood zal versneld zijn tijdens de laatste ijstijd, waarin de temperatuur op aarde de laagste waarden bereikte. Omstreeks 20.000 v.C. waren de ijskappen op z'n grootst. Mogelijk dat hierdoor grote watertekorten zijn ontstaan. Al het water wordt namelijk opgenomen in de ijsmassa's en grote droogtegebieden ontstaan waar leven nauwelijks nog mogelijk is.
Volksverhuizingen komen op gang waarbij de mensen van toen, meermalen een lager gelegen gebied probeerden op te zoeken waar meer water en dus ook geen extreme koude was. Waar water schaars is, zijn kontakten tussen (groepen) mensen onvermijdelijk en dus ook strijd om water en voedsel. Van lieverlee treedt daarna dan vermenging op en daarmee ontstaan ook de grotere samenlevingsgroepen (zie artikel 4) noem met taal als communicatiemiddel.
Elke keer moesten deze mensen zich een beetje aanpassen, elke aanpassing wordt op een gegeven moment vertrouwd en daarmee een feit en al deze feiten op een rij vormen de complexere gebeurtenis uit de tweede linklaag (de lange zwerftocht op zoek naar water). Uiteindelijk komen ze in de laagstliggende warmere en dus vochtige gebieden op aarde terecht, waaronder ook Atlantis?, óf de droogte dwingt hen steeds meer naar het noorden naar de randen van de ijskap en wanneer deze zich terug gaat trekken dan trekken sommige stammen mee en enkele steken zelfs vanuit Siberië over naar Alaska, vanwaar ze verder Amerka zullen bevolken. Tijdens zulke perioden delven niet alleen de zwaksten het onderspit maar ook leiders, en zonder die leiders is een groep als groep verloren. Het recht van de sterksten begon al een beetje te verschuiven in de richting van het recht van de sterksten met het beste brein. De herinnering aan de goede voorbije tijd en de behoefte aan sterke leiding tijdens deze barre trektochten, zorgden voor idealisering van de verloren primitieve cultuur met haar directe beleving van de nuldimensionale informatiebron en haar leiders die als wijzen zo'n beleving regisseerden. De oude cultuur was het verloren paradijs , de leider (s) werd(en) nu gezien als de halfgod (en). De belofte is nog steeds een nieuwe ontdekking of een nieuwe leefplek, het nieuwe land. Misschien begint hier al de rol van religie als maatschappelijk bindmiddel.
Ook in onze tijd kun je op dezelfde manier nieuwe sekten zien ontstaan. Mensen die, op de een of andere manier, teleurgesteld zijn in het huidige bestaan en achter een messias of goeroe aanhollen die hen een betere wereld belooft. Of vergelijk dit met de immigranten in het westen die hun oude cultuur gaan idealiseren omdat de belofte van het westen maar ten dele waarheid blijkt. Of een borderliner, die steeds opnieuw in sprookjes gelooft welke vervolgens niet uitkomen.
Op de goede vestigingsplekken op de aarde van toen, vestigen deze grotere groepen van mensen zich na de nodige strijd en ontwikkelen op die plaats een gezamelijke cultuur compleet met de onderweg al ontstane gemixte oerreligie. Zowel de cultuur als de religie zullen zich in de daaropvolgende periode verder ontwikkelen en steeds blijkt religie een uitstekend hulpmiddel voor regels, voor geheugen-intelligentiepaden en daarmee voor het organiseren van samenlevingen. Aangezien taal nog in een beginstadium van ontwikkeling is, worden de beginselen en regels van de religie van generatie op generatie vooral overgedragen door middel van alle soorten rituelen.

temp

Omstreeks 17000 v.C. eindigde de laatste ijstijd, door de opwarming ontstond grote chaos in de daaropvolgende periode als gevolg van het onder water lopen van grote gebieden over de hele aarde. Zeer waarschijnlijk waren er ook andere rampen die dat ijstijdeinde mede veroorzaakten en deed zich rond 11000 v.C. weer een plotselinge temperatuurdaling voor waarna de opwarming vanaf 9500 v.C. weer op de oude voet verder ging. Dit kán de tijd zijn van de zondvloed en de ark van Noach. In de oudste bronnen van meerdere religies zijn hiervan namelijk parallellen terug te vinden. Ook in de Popol Vuh vinden we talloze aanwijzingen in die richting.

Bij de heel grote overstromingen raakten volken en stammen alles kwijt, vaak ook hun leider(s) en een deel van hen vluchtte naar droge plaatsen. De schok die dit alles veroorzaakte was enorm. De mensen van toen leidden een vrij zeker bestaan, wat heel rigoreus door het water werd verstoord. De overlevingsdrang dwong hen om hun vaste gedragspatroon te veranderen. Dat stemt overeen met de 3e linklaag uit artikel 4. De gevluchten moeten op een totaal nieuwe plek hun leven voortzetten en worden dus geconfronteerd met nieuwe omstandigheden die gekoppeld moeten worden aan de bekende oude manier van leven. Ook hier weer, de noodzaak leidt tot evolutie.
Wij zouden in zo'n geval zeggen :"gewoon de knop omdraaien, verstand op nul en gaan met die banaan". Maar dat is het juist, die knop bestond nog niet, die werd op dátzelfde moment (uit)gevonden, bovendien waren de bananenbomen weggespoeld.

Is hier soms ook sprake van een relatie tussen water en de tranen uit artikel 2 ?
Stel dat wij ineens gedwongen worden om alleen maar insecten te eten en gekookte boomschors in plaats van die banaan ? Bloembollen en suikerbieten kunnen we wel aan, maar lieveheersbeestjes en kakkerlakken ? Velen van ons zullen dit waarschijnlijk niet overleven. Bovendien waren het de moedigen, de pioniers die op tijd vertrokken en bléven de meesten op de oude plek en vonden uiteindelijk de dood door verdrinking of ziekten die ontstonden. We kunnen gewoon zien hoe dit gebeurt want hetzelfde vindt namelijk nog steeds plaats op kleinere schaal en verspreid over de hele aarde.

Dat tijdens een dergelijke volksverhuizing groepen van volken en stammen elkaar ontmoeten en noodgedwongen samen verder trekken is zeer aannemelijk. Ook dwingt dit tot samengaan van verschillende manieren van leven, te vergelijken met de verschillendsoortige gebeurtennissen die worden samengevoegd tot één complexe in artikel 4. Wij zouden het inburgeren noemen.
Opnieuw wordt het vroegere leven geïdealiseerd en is een opleving van de oude religie het gevolg maar wordt deze tevens omgevormd want door het samengaan van meerdere stammen worden nu volken met hun religies in elkaar geschoven en ontstaan religies met meerdere goden.
Die eerste echte religies vormden opnieuw een uitstekend hulpmiddel voor grotere (samenlevings)verbanden. Doordat meerdere goden aanwezig waren kon elk individu de god(en) aanbidden die hem of haar het meeste aansprak(en) en werden individuele verschillen mogelijk binnen één en dezelfde religie en daarmee ook verschillende groepen binnen één volk. In sommige religies speelde de leider van het moment dan ook een grote rol en was dan één van de halfgoden. De koppeling van verschillendsoortige gebeurtenissen, zoals in
artikel 4 geschetst, omstreeks 13000 v.C. sluiten hier uitstekend op aan. Ook de religie koppelt hier de oude wereld met de nieuwe en de verschillende goden maken ook in het denken specialisaties mogelijk, de religie zou je ook kunnen beschouwen als een abstractie van de hefboomwerking, door de belofte komt in de samenleving meer menselijke energie beschikbaar.

Vanaf ca. 5000 v.C. beginnen de grote godsdiensten vorm te krijgen en richting te geven aan de grote samenlevingen die dan gaan ontstaan. Wanneer later (ca.2500 v.C.) het schrift een redelijk communicatiemiddel is geworden en er meer mee kan worden aangeduid dan alleen namen en getallen, wordt het mogelijk om de beginselen en regels van die religies vast te leggen, meestal weergegeven in metaforische verhalen, en die over een groter gebied te verspreiden. Daarmee vormen die religies een (ver)bindende basis voor de enorm grote maatschappijen die al vanaf ca. 2000 v.C. beginnen te ontstaan. De verschillen in de samenleving van alle dag leiden echter opnieuw tot specialisaties binnen de religies. Zo waren in India de Ariërs binnengetrokken en ontstond het kastenstelsel binnen het bestaande Hindoeïsme. Dit stelsel hield de hele maatschappijstructuur en de gezagspiramide van wijzen, bestuurders, ambachtslieden, volgers en later de kastelozen, in stand. Daarnaast werden later andere religies door het Hindoeïsme volkomen geaccepteerd als andere wegen naar hetzelfde doel. Nu waren er dus zowel religies met veel natuurgoden als religies die waren opgesplitst aan de hand van menselijke activiteiten. Dat alles blijft zo totdat vanaf omstreeks 500 v.C. hervormers als Boedha ten tonele verschijnen.
Ook het monotheïstische Judaïsme (Jodendom) van Abraham blijft in eerste instantie beperkt tot het joodse volk. Je zou ook kunnen zeggen dat de wetten van Mozes te vroeg kwamen of dat zijn volk te klein was.

Het afgeleide Christendom doet 2000 jaar later een nieuwe poging maar gaat daarbij uit van een drieëenheid in plaats van één god en het katholicisme voegt daar vervolgens nog eens een groot aantal heiligen aan toe waardoor het flexibeler wordt en meer geschikt voor de zich steeds meer specialiserende maatschappij en dus ook gemakkelijker wordt geaccepteerd door alle volken die tot dan toe religies aanhingen met meerdere goden.
Omstreeks het jaar 600 wordt door Mohammed de oorspronkelijke draad van het Joodse geloof weer opgepakt en later in de koran in schrift omgezet op een manier die door zeer veel Arabische volken wordt geaccepteerd. Echter wordt ook hier weer van het oorspronkelijke maagdelijke deeg door elk volk in de loop van de tijd, een heel eigen broodje gebakken.
Vanaf 1500 probeert ook de hervorming het Christendom weer terug te brengen naar
de oorsprong maar slaagt slechts gedeeltelijk omdat daarmee opnieuw specialisatie en flexibiliteit te vroeg zouden worden geremd. Dit blijkt nu duidelijk uit het achterblijven van hervormde plaatselijke culturen als die van Staphorst, Urk en Marken (denk aan de epigenen)

Dat het christendom het juiste antwoord was op de vraag van die tijd wordt voldoende bewezen door de afgelopen 2000 jaar van de westerse samenleving waarin wetenschap en techniek een enorme vlucht hebben genomen. Door het Christendom is de westerse samenleving een zeer pluriforme maatschappij geworden waarbinnen van echte eenheid geen sprake is maar waarin wél specialisatie en individualisering mogelijk werden. Inmiddels hebben talloze filosofieën en systemen al pogingen gedaan om religie als bindend normsysteem te vervangen. Het meest succesvol tot nu toe is het economisch principe geweest met het monetair stelsel als subsysteem. Echter is ook dit nu in haar doodstrijd bezig met de laatste stuiptrekkingen. Door het succes van het socialisme heeft het economisch principe met geld als middel, z'n waarde als maatschappelijk regelsysteem verloren, geld is te vanzelfsprekend altijd aanwezig, net als lucht. Zelfs als het op is, dan haalt de burger het 'gewoon' uit de muur en als het bij de bank op is dan wordt er nieuw geld gedrukt wat met allerlei ingewikkeld economisch-wiskundig cijferwerk weer wordt verantwoord. Om dat cijferwerk waar te maken wordt vervolgens de halve bevolking aan het werk gezet, om zaken te produceren die niemand echt nodig heeft en de andere helft om alles te regelen omdat het systeem zijn zelfregulerende functie verloren heeft en zo is de cirkel rond. Inmiddels is de hoeveelheid menselijke aktiviteiten die zich buiten de bestaande systemen om afspelen, enorm groot. En net als in het verleden ontstaan die aktiviteiten in minderheden die onderdrukt worden. Zij onttrekken zich volledig aan enige controle dóór die systemen. Voorbeelden daarvan zijn Al-Qaida, Goth, hippies, Metalheads, Nerds, ruilhandel en niet te vergeten de virtuele wereld die zich los van het bestaande systeem ontwikkelt en misschien in staat is om hiervandaan een nieuwe orde te scheppen vanuit de chaos. Het is tijd voor een nieuwe ordening, de heilige geest zonder God.

lees verder (13 de terugweg naar ooit)

OF artikel 10

overzicht artikelen

bronnen en links

HOME

Laatste aanpassing op zondag 07 november 2010 21:45
 


To top of the page Go to top To top of the page




Ontwikkeld door Roijter IT Solutions